Terug naar gedichten

Nachtmerrie

Met het water druipend uit mijn kleren mijn baby in mijn ene arm geklemd en mijn hart kloppend in mijn keel, drukte ik op de bel, van het Hotel. Eindelijk…hulp
Verblind door tranen was ik in mijn auto gesprongen, weg….Niet wetende waar ik heen moest, ik wilde alleen maar weg. Waarheen was niet belangrijk, als ik maar weg was van die plek die mij gevangen hield, thuis.
Voor mijn gevoel had ik uren rondgereden zonder doel, in het donker. Hij was mijn alles, mijn hele leven. In het begin was ik in de gelukkigste vrouw van de wereld. Hij had voor mij gekozen, droeg mij op handen, veroverde mij ouderwets met telefoontjes en bloemen. Binnen een paar weken waren we getrouwd, heel romantisch in een klein kerkje in een klein dorpje. Mijn leven leek een sprookje. Hij was arts in een ziekenhuis honderd kilometer verderop, en na de wittebroodsweken bleef hij vier dagen per week in een appartement vlakbij het ZH . Ik had daar geen moeite mee, ik voelde mij gelukkig. Het hield onze relatie spannend en nieuw.

Toen ik zwanger werd, was het groot feest, zijn gebeden waren verhoord zei hij mij meer dan eens. En ik was rozig zwanger, zat maanden op een roze wolk, en priegelde wat met breinaalden. Ik genoot van het feit dat mijn buik dikker en dikker werd. Alleen mijn gezondheid was niet zo goed, en hij vond het beter als er permanent iemand in huis was om voor mij te zorgen en het huishouden uit handen te nemen. En zo kwam Elsa in ons leven. Een mooie jonge vrouw die volgens mijn man goede referenties had en hij via een goede vriend had leren kennen. Ik genoot van mijn zwangerschap, voelde mij zo verwent en verzorgd. Alles werd mij uit handen genomen, wat ik zalig onderging. Het verdriete mij wel toen onverwachts een grote vrachtwagen een babykamer vol met meubeltjes, babykleertjes en alles wat je voor een baby nodig hebt, werd bezorgd. Dat was iets wat ik met mijn man had willen doen. Mijn protesten werden later gesmoord met een kus, en het antwoord dat het allemaal te vermoeiend zou zijn in mijn toestand. Elsa richtte de babykamer in, en wanneer ik s’avonds even die kamer inliep, waren alle meubeltjes weer verzet. Elke dag zette ik ze op mijn manier neer, maar het hielp niets. Elsa vond de opstelling die zij uitgekozen had beter, ik werd zwakker en zwakker en begreep niet wat er met mij mis was. Zwangerschapskwaaltjes zij mijn man, knipogend naar mij en Elsa en Elsa lachte mee. Het werd steeds erger, ik hoorde vreemde geluiden in huis en stemmen die mij zeiden, dat ik het niet waard was een moeder te worden. Ik durfde niet tegen mijn man te zeggen, uit angst dat hij mij niet normaal zou vinden. Gedroeg mij overdreven vrolijk en stikte bijna in mijn angst. In de weekenden was hij meer dan zorgzaam voor me, maakte gezonde maaltijden die goed zouden zijn voor mij en de baby. Alles stond in het teken van de baby, maar ik walgde van de aanwezigheid van Elsa onderhand, ze was altijd aanwezig. Als een schaduw bleef zij in mijn buurt, liet mij geen moment alleen. Ik kreeg steeds meer het gevoel gevangen te worden gehouden. Wanneer ik er in bed over sprak, werd hij boos en wilde niets meer van mij weten. Schreeuwde dat ik ondankbaar was, en dat het voor de baby was. Zijn boze aanvallen kwamen vaker en woester en ik kroop stil en angstig onder het dekbed. De laatste maanden waren een kwelling, hij nam verlof om zogezegd voor mij te zorgen, iedereen zag mij als een zwakke zwangere vrouw. Ik verbleef de hele dag op mijn slaapkamer en in de huiskamer hoorde ik ze beiden praten, voelde mij steeds meer en meer buitengesloten. En diep ongelukkig.

Mijn vliezen braken vroeg in de avond, de pijnscheuten golfden door mijn lichaam urenlang, alsof er geen eind aankwam. Vaag herinner ik mij mijn man, met opgerolde hemdsmouwen met zweetdruppeltjes op zijn voorhoofd, verbeten bijtend op zijn lippen. Er lag een satanische grijns op zijn gezicht. Verdoofd door de medicijnen die hij mij toediende hoorde ik hem en Elsa praten alsof ik er niet bij was. ‘Nog even Elsa, en het is gelukt’ ‘Die domme koe heeft als draagmoeder gediend, straks is ze niet belangrijk meer’. ‘Zodra het kind er is, ontdoe ik mij van haar en iedereen zal denken dat ze tijdens de bevalling is overleden’. Ik had ter plekke willen sterven, en toch had ik de drang mijn ongeboren kind te beschermen, hoe versuft ik ook was. Ik wilde het koste wat kost in mijn lijf houden. Maar dat was onmogelijk, de natuur deed zijn werk. Met een laatste krachtinspanning probeerde ik haar binnen te houden, ik schreeuwde het uit! Met een zachte kreet werd mijn prachtige dochter geboren, hij hield haar trots in allebei zijn handen omhoog, keek mij vals aan en zei; ‘Dit is mijn dochter’ en ‘jij bent straks niet belangrijk meer’. En ik verloor het bewustzijn.

Mijn kamer zat op slot toen ik wakker werd, ik hoopte dat ik een nachtmerrie had gehad, voelde aan mijn platte buik, en de werkelijkheid drong binnen. Ik was gebruikt als een draagmoeder, mijn liefste was een gruwelijke bedrieger, een monster. Ik bedacht een plan, ik zou doen alsof ik versuft was en alle eten en drinken proberen te weigeren. Er kwam bezoek om de baby te bewonderen, maar naar mij werd maar heel even gekeken, ik moest aansterken werd er gezegd. Ik zocht en vond in een tas in de klerenkast reserve sleutels van de auto, wat kleingeld, en zocht makkelijke kleren bij elkaar. De derde dag lukte het mij, kleren had ik vertopt onder mijn matras en ik wachtte tot het donker werd. Ik sloop door de gang, zag licht vanuit de woonkamer beneden onder de deur door schijnen en hoorde hem en Elsa praten en lachen. Ik hoorde zelfs glazen klinken. De tranen stroomden over mijn wangen. Zachtjes duwde ik de deurklink van de babykamer naar beneden, en glipte naar binnen. Langzaam liep ik naar het wiegje en keek naar het mooiste kindje dat ik ooit gezien had. Mijn kind! Ik zou niet toestaan dat iemand iets met mijn kind zou doen. Ik draaide haar in een dekentje, sloop naar het raam. Zonder geluid te maken liet ik mij uit het raam zakken, boven op de waterton die daar stond. Heel even bleef ik ademloos tussen de struiken zitten en toen ik zeker was dat zij me niet gehoord hadden, stond ik op en liep snel naar de zijkant van het huis. Met gierende banden reed ik weg, het was mij gelukt! Niets was belangrijk meer, ik was vrij, en had mijn kind veilig bij mij. Voor mijn gevoel heb ik uren rondgereden , mezelf afvragend hoe ik zo goed gelovig had kunnen zijn. Alle stukjes vielen op zijn plaats, Elsa was altijd in de buurt geweest, hoe had ik zo blind kunnen zijn. Ze hadden mij uitgezocht, goedgelovig slachtoffer. Er kwam geen eind aan die weg, de motor sputterde een tijdje en viel uiteindelijk stil. Gelukkig zag ik na een paar kilometer lopen een licht branden, en zag dat het een Hotel was. Kletsnat en doodmoe kwam ik aan.

Met het water druipend uit mijn kleren mijn baby in mijn andere geklemd en mijn hart kloppend in mijn keel, drukte ik op de bel, van het Hotel. Eindelijk…hulp
Daar ging de deur open….’Hallo liefje’ zei de vrouw in de deuropening, ‘We wisten dat je zou komen’ ‘Nee!!’ schreeuwde ik vol afschuw, en keek in het grijnzende gezicht van Elsa………..

Verbijsterd keek ik in het lachende gezicht van Elsa. Alle kracht die ik nog bezat voelde ik uit mij vloeien, met een laatste krachtinspanning hield ik mijn baby vast. Met alle kracht vocht ik tegen die warme golf van vergeten die mij trachtte te verzwelgen. Het trottoir leek wel van rubber. Alles golfde en beefde voor mijn verschrikte ogen. Vanuit de hal walmde mij een misselijkmakende etensgeur tegemoet en een vreemd geluid van metalen schalen teisterden mij oren. Alles aan mij begon te schudden en trillen ik had totaal geen controle meer over mijn spieren. “Kom maar liefje” sprak Elsa, “Alles komt goed” De paniek benam mij de adem, ik hapte vertwijfeld naar lucht. Het was het laatste wat ik mij herinner. Ik kon er niet meer aan weerstaan, de bevalling en bloedverlies waarschijnlijk deden mij het bewustzijn verliezen. Ik heb geen idee hoelang ik bewusteloos was, wat vage geluiden en een geroezemoes haalde mij terug uit die zalige donkerte. Met mijn ogen stijf gesloten probeerde ik te luisteren naar wat en wie zich in mijn buurt bevonden. Mijn hersenen werkten op volle toeren en de angst joeg door mijn verkrampte lijf. Heel voorzichtig keek ik tussen mijn wimpers door en bemerkte dat ik alleen in een kamer was. Minuten vestreken voordat ik durfde te kijken en meer durfde te ondernemen, bang als ik was dat ik Elsa of mijn echtgenoot zou zien. Mijn verbijstering was compleet toen ik bemerkte dat ik in mijn eigen slaapkamer was, in mijn eigen bed, in mijn eigen woning. Mijn handen gingen als vanzelf naar mijn buik, en de tranen sprongen in mijn ogen. Even hoopte ik dat het een afschuwelijke nacht merrie was geweest. Ik had het niet gedroomd, mijn dikke zwangere buik was weg. Met alle macht probeerde ik mijn braakneigingen tegen te gaan, wat niet lukte.

Ik strompelde mijn bed uit. Struikelend bereikte ik de badkamer en ik voelde nog net twee armen om mij heen voor de wereld weer zwart werd. Ik voelde mij meters diep vallen en greep met allebei mijn handen wild in het rond. Ruw werd ik aan mijn twee voeten getrokken steeds harder en ruwer, ik graaide met mijn armen in het luchtledige. Schramde mijn armen en botste overal tegenaan, al kon ik niet bepalen waaraan. Het was zo donker om mij heen en ik hoorde een angstaanjagende ademhaling maar hij was niet van mijzelf. Alles aan mijn lijf deed pijn, mijn benen voelden zo verschrikkelijk zwaar en mijn hoofd bonkte als een trein. Als gloeiende messen sneed de angst door mij heen maar ik was niet in staat te schreeuwen. Ik voelde mijn lippen de klank vormen maar er kwam geen geluid uit mijn mond. Mijn mond en keel waren kurkdroog ik probeerde te slikken maar stikte bijna van angst en wanhoop. Waar was ik? Wat gebeurde er in hemelsnaam met mij! “Help mij dan toch, iemand alsjeblieft” kreunde ik nog zwak. Er kwam iemand aangelopen ik hoorde de stappen dichterbij komen en hoorde roepen “Houd haar vast, laat haar niet glippen”

Ik probeerde mij los te worstelen en sloeg wild met mijn hoofd heen en weer, krijsend zonder geluid. Van heel ver hoorde ik een baby huilen, mijn baby! Dacht ik meteen, het kon alleen maar mijn meisje zijn. Ik hoorde het aan haar huilen, ze riep me had mij nodig! Er werd aan me getrokken ik rolde naar beneden en voelde het koude water aan mijn voeten,”O,god nee’! Ze wilden mij verdrinken, radeloos greep ik met mijn handen in het rond en klauwde met mijn vingers in de aarde. Elke centimeter die ik vooruit kwam gleed ik weer terug. Mijn wanhopig gekruip hielp mij geen meter verder leek het. Ik had het gevoel alsof mijn lijf in tweeën werd gescheurd, schuurde met mijn buik over de grond en gilde het uit! En koud, ik had het zo verschrikkelijk koud. Mijn lippen trilden onophoudelijk, en mijn tanden klapperden in mijn mond. Waarom was het toch zo donker ik kon niet zien waar ik was, wat ik deed. Of ik vooruit of achteruit kroop, mijn benen voelden als ijs zo koud, ik sleepte ze met me mee maar hoorden niet echt bij mij. Als verlamd sleepte ik mij op mijn ellebogen weg van de kou, weg van het water. De pijn golfde door mij heen van mijn benen tot mijn hoofd en weer terug. Heen en weer heen en weer.

Opeens zag ik voor mij een licht het bewoog heen en weer. Oh’ wat was ik blij dat licht te zien, ik wreef mijn haren die in natte vieze slierten langs mijn gezicht hingen weg. En met mijn andere hand reikte ik naar dat voor mij reddende licht.
Opeens was er geschreeuw! “Daar is ze, laat haar nu niet meer gaan” Dat was mijn man, ik hoorde hem hijgen, en ik voelde een klap in mijn gezicht! “Kom Mara, zet door. “Laat mij en de baby niet alleen”! ‘Ik hou van je, blijf bij me, alsjeblieft” Hij huilde, ik voelde de tranen over mijn gezicht stromen, van hem en die van mij. Ik snikte het uit….

Na twee dagen was mijn temperatuur weer normaal. Ik was in een psychose geraakt, mijn lijf en geest waren geteisterd door de kraamkoorts die toch nog wel eens voorkomt zoals U kon lezen. Gelukkig heb ik er niets aan overgehouden en heb een prachtige gezonde dochter 'Melodie'. Mijn man ik zijn zielsgelukkig met elkaar. Een tweede kind zit er niet in, nooit wil ik dit nog eens meemaken en gelukkig is mijn echtgenoot het er mee eens. Elsa komt af en toe nog op bezoek, wanneer onze dochter jarig is. En gelukkig kunnen we er nu om lachen. Maar dat het een nachtmerrie was, Horror dat kan ik U verzekeren.

Free

29-05-2003

free

Geregistreerd op:
26 maart 2003

Uit: Ned.

Initiatief van:

  Bernadette
  Claasje
  helendevink
  Inge *
  Pauline
  Sander

Zelf gedichten insturen kan op: